news_wire.page_title

news_wire.intro

De Amerikaanse dollar stond onder druk nadat nieuwe macro-economische cijfers wezen op afkoelende groei. Beleggers rekenen daardoor op een soepeler rentebeleid van de Federal Reserve later dit jaar. Voor Europese beleggers kan een zwakkere dollar invloed hebben op rendementen uit Amerikaanse beleggingen. Valuta-afdekking wordt daarom opnieuw vaker besproken in portefeuillecomités.
Duurzame beleggingsfondsen trokken de afgelopen periode minder nieuw kapitaal aan dan brede aandelenfondsen. Volgens fondsanalisten speelt onzekerheid over regelgeving een rol, maar ook de zwakkere prestaties van enkele populaire thema’s. Toch blijft de langetermijnvraag naar duurzame strategieën aanwezig. Vooral fondsen met duidelijke rapportage en meetbare impact weten beleggers nog aan zich te binden.
Vermogensbeheerders merken dat particuliere en institutionele beleggers vaker kiezen voor defensieve accenten in hun portefeuille. Obligaties van hoge kwaliteit, dividendaandelen en geldmarktfondsen blijven populair. De verschuiving komt door zorgen over geopolitieke spanningen en lagere economische groei. Toch blijven veel beheerders benadrukken dat spreiding belangrijker is dan het volledig vermijden van risico.
De Europese beurzen zijn de handelsdag positief begonnen. Vooral financiële waarden en technologiebedrijven stonden in de belangstelling na beter dan verwachte kwartaalcijfers. Volgens analisten blijven beleggers selectief. Bedrijven met sterke kasstromen en duidelijke winstgroei worden beloond, terwijl ondernemingen met hoge schulden gevoeliger blijven voor renteverwachtingen.
De Europese Centrale Bank heeft de rente opnieuw ongewijzigd gelaten. Volgens de centrale bank blijft de inflatie hardnekkig, vooral in de dienstensector. Beleggers letten de komende weken vooral op nieuwe loondata en signalen over economische groei in de eurozone. Marktstrategen verwachten dat de ECB voorlopig voorzichtig blijft. Een eerste renteverlaging komt volgens hen pas in beeld als de inflatie duidelijk richting de doelstelling beweegt.
Every year, I look forward to the reports outlining the strategic decisions of institutional investors. One of my favorites is UBS’s report, which focuses on the asset allocation of family offices. After all, they are the most flexible when it comes to making sweeping changes to the composition of their portfolios. And believe it or not, things finally seem to be shifting. Below is the average strategic allocation of the 307 family offices worldwide that participated in the Global Family Office Report 2026. It shows that family offices continue to hold firmly to “the big three.” Cash, bonds, and equities still account for nearly 80 percent of the average portfolio. It is also striking that, despite all the turmoil, family offices remain big fans of private markets. Yet beneath these seemingly traditional asset class weightings lies considerably more dynamism than first meets the eye. Family offices appear to be preparing for a fundamentally different portfolio structure. When UBS asked whether family offices intended to change their strategic allocation this year, 60 percent answered “yes.” By comparison, in previous years that figure never exceeded 37 percent. That is a meaningful difference. Geopolitics and the dollar The reasons behind these planned changes will sound familiar to most investors. Risks related to major geopolitical conflicts, such as trade wars and military confrontations, are cited repeatedly. So too are concerns about the world’s enormous debt burden and the possibility of another recession. Moreover, these risks are rightly viewed as structural rather than temporary. That alone explains why family offices want to adjust their investment policies. Closely related to these concerns is the US dollar. There is a broad expectation, once again for good reason, that the dollar’s status as the world’s reserve currency is gradually eroding. Family offices intend to reduce their dollar exposure, increase their currency hedging, and position themselves for a world that is less dependent on the dollar. Repositioning is essential Family offices appear to be acutely aware that the world is changing rapidly, while their strategic allocations have remained largely unchanged for decades. The mismatch between the world as it is and the world as it should be reflected in their portfolios is becoming increasingly obvious. The most frequently cited—and, in my view, the most logical—change under consideration is a larger allocation to gold. In 2026, gold’s weighting rises by one percentage point to 3 percent. That is still remarkably low, but it nevertheless represents a threefold increase compared with two years ago. Of course, gold’s dramatic price appreciation in recent years has also played a role. It is my firm conviction that as the risks outlined above continue to materialize, gold’s weighting will increase accordingly. I would not be surprised to see gold’s allocation triple again over the next three years. And bitcoin? In the UBS report, it is still categorized under “crypto”—that, too, will eventually change—and it remains a niche investment. Even so, we are seeing modest progress here as well. Twenty-four percent of family offices invest in crypto (usually bitcoin), and of that group, just under half have incorporated crypto into their strategic allocation. The world is changing The strategic allocations themselves, but even more so the accompanying commentary from family offices, speak volumes. The world is changing, and investors must do everything they can to ensure their portfolios evolve along with it. That process is slow. Most people simply do not like change. But it is happening nonetheless. And that is gratifying to see when your entire investment philosophy is built around the Great Rebalancing.   Jeroen Blokland analyzes notable and timely charts covering financial markets and the macroeconomy. He is also the manager of the Blokland Smart Multi-Asset Fund, a fund that invests in stocks, gold, and bitcoin.
Twaalf machine learning-modellen krijgen dezelfde data en dezelfde vraag: wat doet dit aandeel volgend jaar? Hoe meer hun voorspellingen uiteenlopen, hoe slechter dat aandeel presteert. 14 procent slechter, om precies te zijn. Per jaar. Een gigantisch verschil. Het idee komt uit een recente paper van Bali, Kelly, Mörke en Rahman, getiteld ‘Machine Forecast Disagreement’. Hun aanpak is elegant: onenigheid tussen beleggers staat sinds Miller (1977) bekend als een verdacht ingrediënt in asset pricing, maar het meten ervan blijft lastig. De klassieke proxy – de spreiding tussen de analistenvoorspellingen – dekt te weinig aandelen en lijdt aan belangenconflicten. De auteurs vervangen analisten door random forests. Elk model is een gesimuleerde belegger met eigen biases. De standaarddeviatie van hun rendementsvoorspellingen heet Machine Forecast Disagreement of MFD. Figuur 1: MFD over de tijd heen De resultaten zijn belangrijk: een portefeuille die de tien procent hoogste-MFD-aandelen short en de tien procent laagste long gaat, levert waardegewogen 14 procent per jaar. Na controle voor value, momentum, profitability, investment, volatility, reversal én liquiditeit. Het is dus pure alpha. En sterker nog: het is niet enkel in de Verenigde Staten van toepassing. Het effect ook houdt internationaal stand. Het wordt sterker rond earnings announcements, wanneer markten hun eigen vergissingen rechtzetten. Tot zover de bühne. Dan komt de bodem. Want die 14 procent leeft vrijwel uitsluitend aan de shortkant, en uitgerekend daar waar u er niet bij kunt. In het hoogste tertiel van shortkosten genereert de strategie -2,30 procent maandelijkse alpha; in het laagste tertiel slechts -0,07 procent. Het signaal werkt dus precies in de hoek waar securities lending duur, schaars en operationeel ingewikkeld is. Voor retailbeleggers is dit op papier, in de praktijk een herinnering aan de eigen beperkingen. Tenzij u het probleem omdraait. De werkelijke waarde van MFD voor de institutionele belegger zit niet in shorten. Ze zit in vermijden. Hoge MFD-aandelen onderpresteren. Punt. U hoeft ze niet te verkopen om te profiteren; u hoeft ze alleen niet te kopen. Een mandaat dat de hogere MFD-namen systematisch onderweegt, oogst het leeuwendeel van de premie zonder een enkele short te plaatsen. Geen borrow fees. Geen recall risk. Geen counterparty headaches. Dat is de onaangename boodschap. De meest betrouwbare alpha in de studie is geen briljante stockpick, maar consequente onthouding. Niet kopen wat de particuliere belegger op Reddit aanprijst. De factor heet onenigheid. De mechaniek heet discipline. Er is nog een laag onder die laag. Naarmate algoritmes een groter deel van de markt bevolken (en dat doen ze) wordt hun onderlinge verdeling vanzelf prijszettend. Vandaag meet MFD de spreiding tussen hypothetische modellen. Morgen meet het spreiding tussen echte algoritmes die met elkaar handelen. Dat kan de premie versterken. Of haar volledig wegarbitreren. Voor nu blijft de conclusie duidelijk. De markt is niet inefficiënt op de plekken waar institutionelen zich bewegen. De markt is inefficiënt waar shortverkopers worden buitengesloten en waar particuliere beleggers domineren. 14 procent per jaar op papier; een fractie daarvan in uw kwartaalrapportage. Maar zelfs die fractie verslaat de meeste actieve managers. Twaalf machines die het oneens zijn vertellen u meer dan twaalf analisten die het eens proberen te worden. Misschien is dat het meest ongemakkelijke vooruitzicht voor onze industrie: niet dat machines de mens vervangen, maar dat machines die ruziemaken efficiënter zijn dan mensen die elkaar napraten. Gertjan Verdickt is assistent professor in Finance bij de University of Auckland en columnist bij Investment Officer.
De eerste helft van 2026 was een uitstekende periode voor momentumbeleggers. Wie de winnaars bleef kopen, werd vaak rijkelijk beloond. Daarom als vraag van de maand aan ons Marktpraat-panel: blijft momentumbeleggen een sterke strategie, of lopen beleggers vandaag net achter de winnaars van gisteren aan? Christel Dumas, professor Sustainable Finance (ICHEC) en voorzitster Towards Sustainability: ‘Momentumbeleggen leek begin 2026 zijn vruchten af te werpen. Maar voor we recente winnaars als een gratis lunch beschouwen, is het de moeite waard om na te gaan wat de academische literatuur daar precies over zegt, en wat er sindsdien mogelijk is veranderd.’ ‘Een studie van Kaiser en Welters uit 2019, gebaseerd op Europese aandelen tussen 2003 en 2017, toonde aan dat het combineren van momentum met een strenge ESG-screening in normale periodes soms wat rendement kostte, maar verliezen temperde tijdens “momentum crashes” — die zeldzame, hevige episodes waarin de winnaars van gisteren plots instorten. Tijdens de momentumcrash van de lente van 2009 trokken stijgende koersen steeds meer kopers aan, tot de trend abrupt omsloeg. Portefeuilles met een hoge ESG-score verloren tijdens die crash ongeveer 25%, tegenover 31% voor portefeuilles met een lage ESG-score.’ ‘Die gegevens stoppen echter in 2017. Duurzaam beleggen is sindsdien mainstream geworden, en markten zijn performatief: voordelen die bestaan net omdat weinig beleggers ze benutten, verzwakken doorgaans zodra iedereen ze begint toe te passen. Als de veerkracht van momentum deels te danken was aan het vermijden van noodlijdende, kwalitatief zwakke aandelen, dan is die bescherming mogelijk al dunner dan de studie suggereert.’ ‘Dat is belangrijk, omdat het momentum van vandaag sterk verschilt van de Europese markten waarop de studie gebaseerd is. Sinds 2022 wordt momentum in belangrijke mate gedreven door geopolitieke ontwikkelingen, energieprijzen en vooral artificiële intelligentie. Momentum presteert momenteel uitzonderlijk sterk ten opzichte van de S&P 500 en doet het zelfs beter dan tijdens de piek van de technologiesector in 2000. Tegelijk wordt het rendement sterk gedragen door AI- en technologieaandelen, terwijl fundamentele kwaliteitsfactoren achterblijven. Zulke divergenties zijn in het verleden vaak een voorbode geweest van scherpe omkeringen.’ ‘Dat brengt ons bij een nuttigere vraag voor langetermijnbeleggers dan: “Moet ik de winnaars achternalopen?” Momentum is per definitie onverschillig voor wat een bedrijf daadwerkelijk doet: het reageert op koers, niet op fundamenten. Dat is een dunne vorm van discipline, die de beleggingsbeslissing losweekt van de reële economie waar een duurzame belegger net om geeft.’ ‘Een duurzamere strategie voor langetermijnbeleggers ligt misschien in wat grondige ESG-integratie aanwijst: een focus op vooruitkijkende fundamenten en de werkelijke vooruitzichten van een onderneming. Of het nu via actief aandeelhouderschap is of via fundamenteel onderzoek, het is die discipline — niet het momentumsignaal — die de tand des tijds het best zal doorstaan.’ Philippe Gijsels, hoofdstrateeg BNP Paribas Fortis: ‘Momentumbeleggen steekt er dit jaar met kop en schouders bovenuit. Kijk maar naar onderstaande grafiek. Kopen wat stijgt loont momenteel. Dat zorgt voor een soort self-fulfilling prophecy. Omdat meer en meer mensen kopen wat omhoog gaat, gaat het nog meer omhoog. Dezelfde redenering geldt voor zaken die het minder goed doen of zelfs slecht presteren.’ Momentum - Bloomberg ‘In de meer dan 40 jaar dat ik naar markten kijk, heb ik nog nooit zo’n markt met zo’n gespleten persoonlijkheid gezien. Het is ofwel recht omhoog of recht omlaag, met heel weinig ertussenin. Het makkelijkst is het onderscheid te maken langs de breuklijn van AI: alles wat profiteert van AI en alles wat erdoor wordt gedisrupteerd.’ ‘Maar we kunnen ook iets dieper graven. Op dit moment kunnen we niet spreken van dé wereldeconomie of dé Amerikaanse economie. Hier is het duidelijk K-shaped, met een klein been dat naar boven wijst en een langgerekt been naar beneden. Boven zitten technologie, de hoogste inkomenskwartielen, de gelukkige bezitters van activa die stijgen in waarde en de Elon Musks van deze wereld. In het onderste been zitten de mensen die niet aan het werk zijn of juist drie jobs moeten doen om rond te komen en heel moeilijk aan vastgoed of andere activa kunnen komen, en dus ook niet profiteren van de stijging ervan.’ ‘Die tweespalt zie je ook in de aandelenmarkt. Boven zitten de techgiganten en alles wat ermee verbonden is: componenten, energie, grondstoffen en biotech. Beneden zitten zaken die gerelateerd zijn aan de huizenmarkt, McDonald’s en alles wat wordt gedisrupteerd. Als je dit alles vanop een afstand bekijkt, zie je niet onmiddellijk wat een einde zal maken aan dit aan twee kanten snijdende momentumzwaard.’ ‘Natuurlijk kan het bovenste been op een bepaald moment naar beneden komen onder zijn eigen gewicht. Maar een meer positieve lezing is dat op een bepaald moment ook het onderste been zal beginnen te profiteren van de efficiëntiewinsten van AI, waardoor het extreme momentum minder extreem wordt. In onze taal zouden we dit een verbreding van de markt noemen. Dalende olieprijzen, dalende inflatieverwachtingen en een dalende rente zouden hiervoor een katalysator kunnen zijn.’ Pieter Slegers, oprichter Compounding Quality: ‘De eerste helft van 2026 was een feest voor wie zijn winnaars liet lopen. De MSCI World Momentum Index leverde het afgelopen jaar een rendement op van 33,4% tegenover 28% voor de MSCI World. Sinds 1994 leverde ze gemiddeld 12,1% per jaar op, tegenover 9,1% voor de bredere MSCI World.’ ‘Waar eind jaren 60 de beroemde Amerikaanse “Nifty Fifty”-aandelen de markt domineerden, draait het nu bijna volledig om artificiële intelligentie. Vandaag zie je dat de MSCI World Momentum Index voornamelijk bestaat uit aandelen zoals Micron, Advanced Micro Devices (AMD), Alphabet en ASML. De cijfers spreken voor zich. Een mandje AI-gerelateerde datacenteraandelen steeg dit jaar met 47 procent, terwijl vergelijkbare grote bedrijven buiten de AI-hype slechts 3,5 procent wonnen. De kloof tussen winnaars en verliezers is zelfs het grootst sinds 1990.’ ‘Wat belangrijk is om te weten? Momentum presteert het sterkst aan het einde van een bullmarkt. Zoals Warren Buffett zei: “Een bull market is zoals seks. Het voelt het beste vlak voor ze eindigt.” Zo waren de beste jaren voor momentumaandelen 1999 (+70,1%), 2005 (+47,6%) en 1997 (+43,0%). De slechtste jaren? 2008 (-36,7%), 2002 (-28,4%) en 2001 (-16,4%). Vandaag denk ik dat we in een soort overdrijvingsfase zijn aangekomen. Hoewel momentumaandelen bewezen hebben dat ze de markt op lange termijn verslaan, lijkt het vandaag niet het beste moment om in dit soort aandelen te beleggen.’ Investment Officer België onderzoekt maandelijks hoe bekende vakgenoten omgaan met assetallocatie-vraagstukken. Heb je een vraag voor ons Marktpraat-panel? Stuur een mailtje met onderwerp ‘Marktpraat vraag’ naar redactie@investmentofficer.com en wie weet komt jouw vraag volgende maand aan bod.  
Oaklins Nederland neemt multi-family office Andreas Capital over. Daarmee wil de fusie- en overnameadviseur ondernemers voortaan ook begeleiden na de verkoop van hun bedrijf. Andreas Capital werd in 2009 opgericht door zes Nederlandse ondernemersfamilies, waaronder de familie Van Gansewinkel, uit onvrede over de dienstverlening van Nederlandse grootbanken. De vermogensbeheerder, met hoofdkantoor in Luxemburg, kreeg in 2012 een vergunning om ook aan derden diensten te kunnen aanbieden. Inmiddels heeft het bedrijf circa 1,5 miljard euro onder beheer voor meer dan vijftig cliënten. De transactie moet nog worden goedgekeurd door de Luxemburgse toezichthouder CSSF. Financiële details zijn niet bekendgemaakt. Volgens Frank de Hek, managing partner van Oaklins Nederland, sluit de overname aan op een behoefte die het bedrijf al langer ziet. ‘Wij begeleiden jaarlijks de verkoop van veertig tot vijftig bedrijven, vaak van ondernemers. Die krijgen daarna een groot vermogensvraagstuk, maar daar begeleidden wij hen tot nu toe niet in’, zegt hij. Strategische logica Oaklins wil twee werelden verbinden die doorgaans gescheiden blijven. Fusie- en overnameadviseurs begeleiden ondernemers bij een transactie. Lange tijd kwamen private banken en vermogensbeheerders pas in beeld nadat de verkoopopbrengst was ontvangen, maar er is een trend zichtbaar waarbij de samenwerking wordt gezocht tussen enerzijds vermogensbeheer en anderzijds corporate finance en investment banking. Ook grootbanken zoeken zo naar mogelijkheden meer aan cross-selling te doen. ‘Als je vermogensbeheer tijdig aanhaakt bij een verkoopproces, kan het vermogen bij wijze van spreken de dag na closing aan het werk worden gezet’, aldus De Hek. Volgens hem kan dat veel geld schelen. ‘Bij een verkoopopbrengst van 100 miljoen euro kan een half jaar vertraging zomaar 4 of 5 miljoen euro rendement schelen.’ Binnen het internationale netwerk van Oaklins bestaan vergelijkbare combinaties al in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De Hek verwacht dat Andreas Capital binnen vijf jaar kan doorgroeien naar 3 à 5 miljard euro aan vermogen onder beheer en advies. Belangenconflicten De combinatie roept vragen op over onafhankelijkheid en mogelijke belangenconflicten. Kan één groep tegelijk ondernemers begeleiden bij de verkoop van hun bedrijf en daarna hun vermogen beheren? Hans van Summeren, managing director van Andreas Capital, zegt dat de scheiding helder blijft. ‘Het is niet zo dat wij onze klanten laten mee-investeren in deals uit de corporate finance-praktijk van Oaklins. Dat is zeker niet het geval’, zegt hij. Volgens De Hek is de overnamestructuur juist opgezet om de onafhankelijkheid van Andreas Capital te waarborgen. ‘Andreas zal helemaal separaat blijven opereren. Onder haar eigen naam, met haar eigen bestuur. Ook met derden als non-executives. Ook om daar die onafhankelijkheid te waarborgen. Dat is voor ons uiterst belangrijk.’ Maatwerk Volgens Van Summeren speelt de combinatie ook in op onvrede bij vermogende families over grotere financiële instellingen. Die moeten dezelfde regels naleven, maar vertalen die volgens hem vaak in strak gestandaardiseerde processen, producten en diensten.  Dat schuurt met de behoefte aan persoonlijk advies bij grote familievermogens. ‘Maatwerk valt of staat met hoe je je bedrijf hebt georganiseerd’, zegt Van Summeren. Volgens hem ligt daar ruimte voor kleinere, gespecialiseerde partijen. ‘Je houdt anders alleen nog gestandaardiseerde dienstverleningsvormen over, die maatwerk juist tegengaan.’ Ondernemersfamilies Andreas Capital ontstond na de financiële crisis van 2008 als besloten vermogensplatform van Nederlandse ondernemersfamilies. Een van de drijvende krachten is de familie Van Gansewinkel, bekend van de Brabantse afvalverwerker die in 2010 werd verkocht aan private-equityfirma’s CVC en KKR. De namen van de andere vijf families zijn niet openbaar.  Rob van Gansewinkel, zoon van oprichter Leo, vertegenwoordigt De Raekt BV, de aandeelhouder van Andreas Capital. Via deze houdstermaatschappij controleren de huidige aandeelhouders gezamenlijk het eigendom van de vermogensbeheerder. De onderneming bouwde de afgelopen jaren ook een propositie op in private markten. Bij grotere family-officecliënten ziet Andreas Capital doorgaans een allocatie naar private equity en private debt. Volgens Van Summeren is Andreas Capital daarbij geen productenhuis, maar een partij die toegang en selectie organiseert. ‘We zijn meer een dienstverlener dan een productenmaker. Dat is echt een verschil.’ Internationale groei De focus ligt in eerste instantie op Nederland en Nederlands familiekapitaal. Tegelijkertijd biedt de Luxemburgse vergunning ruimte om ook in andere Europese markten diensten aan te bieden. Duitsland geldt als kansrijke markt. Van Summeren wijst op de vele familiebedrijven die de komende jaren voor opvolgingsvraagstukken staan. ‘Duitsland is een hele grote markt. Wat wij hier in Nederland midcap noemen, is in Duitsland small cap. Alles is daar groter’, zegt hij. De aansluiting bij Oaklins biedt ruimte om verder te investeren in mensen en dienstverlening, aldus Van Summeren. ‘Vermogensbeheer is een schaalbare business. Family office dienstverlening is veel minder schaalbaar. Dus wij zullen ook moeten opschalen met mensen.’ Samen tellen Oaklins Nederland en Andreas Capital circa 75 medewerkers. Dat aantal moet de komende jaren doorgroeien naar meer dan 100.  ‘Dit is geen quick win. Wij zitten hierin voor de lange termijn’, aldus De Hek. Waarom Luxemburg? Luxemburg is binnen de Europese Unie een uitzondering voor family offices. Het land heeft als enige EU-lidstaat een aparte wet voor deze dienstverlening aan vermogende families.  De Luxemburgse Family Office-wet uit 2012 geeft multi-family offices een eigen juridisch kader. Daarmee biedt Luxemburg internationaal actieve ondernemersfamilies meer juridische duidelijkheid.  De wet bepaalt wie zich Family Office mag noemen, welke vergunning daarvoor nodig is en onder welk toezicht deze partijen vallen.  Zelfstandige multi-family offices moeten in Luxemburg een vergunning hebben als PFS, Professional of the Financial Sector. Daarmee vallen zij onder direct toezicht van de financiële toezichthouder CSSF. Ook gelden regels voor witwasbestrijding, beroepsgeheim en transparantie over kosten en vergoedingen.  Nederland kent zo’n aparte family-officewet niet. Multi-family offices vallen hier alleen onder AFM toezicht voor zover zij gereguleerde activiteiten verrichten, zoals vermogensbeheer, beleggingsadvies of fondsbeheer.  Ook Zwitserland, ondanks zijn grote privatebankingsector, kent geen aparte family-officewet. Daar wordt eveneens gekeken naar de activiteiten die een family office uitvoert. Monaco heeft als enige andere Europese jurisdictie wel een apart wettelijk regime voor multi-family offices. 
Oaklins Netherlands is acquiring multi-family office Andreas Capital, a move that will allow the M&A adviser to support entrepreneurs after the sale of their company as well as during the transaction itself. Andreas Capital was founded in 2009 by six Dutch entrepreneurial families after dissatisfaction with the service they received from large Dutch banks. The Luxembourg-based wealth manager obtained a license in 2012 to offer services to external clients. It now manages about 1.5 billion euros for more than 50 clients. The transaction remains subject to approval by Luxembourg regulator CSSF. Financial terms were not disclosed. Frank de Hek, managing partner of Oaklins Netherlands, said the acquisition addresses a client need the firm has seen for some time. “We advise on the sale of 40 to 50 companies a year, often for entrepreneurs. Afterward, they face a major wealth question, but until now we did not advise them on that,” he said. Strategic logic Oaklins wants to connect two activities that are usually kept apart. M&A advisers guide entrepreneurs through a sale. Private banks and wealth managers have traditionally entered the picture only after the proceeds have been received. Large banks are also trying to make better use of corporate finance and investment banking relationships to serve wealthy clients, creating a broader push to connect transaction advice with wealth management. “If you involve wealth management early in a sale process, the money can be put to work almost the day after closing,” De Hek said. He said the financial impact can be substantial. “With sale proceeds of 100 million euros, a delay of six months can easily cost 4 million or 5 million euros in returns.” Similar combinations already exist within Oaklins’ international network in the United States and the United Kingdom. De Hek expects Andreas Capital to grow within five years to between 3 billion and 5 billion euros in assets under management and advice. Conflicts The combination raises questions about independence and potential conflicts of interest. Can one group advise entrepreneurs on the sale of their company and then manage the proceeds? Hans van Summeren, managing director of Andreas Capital, said the separation between the two activities will remain clear. “It is not the case that we will allow our clients to co-invest in deals from Oaklins’ corporate finance practice,” he said. De Hek said the transaction structure was designed to safeguard Andreas Capital’s independence. “Andreas will continue to operate entirely separately, under its own name, with its own management board and independent non-executives. Safeguarding that independence is extremely important to us.” Personal advice Van Summeren said the combination also reflects dissatisfaction among wealthy families with the service offered by larger financial institutions. Those firms must comply with the same rules, he said, but often translate regulation into highly standardized processes, products and services. That sits uneasily with the need for personal advice on large family fortunes. “Personal service depends on how you organize your business,” Van Summeren said. He said that leaves room for smaller, specialist firms. “Otherwise, you end up with standardized forms of service that work against the very customization clients are looking for.” Entrepreneurial families Andreas Capital emerged after the 2008 financial crisis as a private wealth platform for Dutch entrepreneurial families. One of the driving forces was the Van Gansewinkel family, known for the Brabant-based waste management company sold in 2010 to private equity firms CVC and KKR. The names of the other five families are not public. Rob van Gansewinkel, son of founder Leo van Gansewinkel, represents De Raekt B.V., Andreas Capital’s shareholder. Through that holding company, the current shareholders jointly control ownership of the wealth manager. Andreas Capital has also built a private markets proposition in recent years. For larger family office clients, the firm typically sees allocations to private equity and private debt.Van Summeren said Andreas Capital is not a product house, but a firm that organizes access and selection. “We are more of a service provider than a product maker. That is a real difference.” International growth The initial focus is on the Netherlands and Dutch family capital. At the same time, the Luxembourg license gives Andreas Capital scope to offer services in other European markets. Germany is seen as a promising market. Van Summeren pointed to the many family-owned companies there that will face succession issues in the coming years.“Germany is a very large market. What we call midcap in the Netherlands is small cap in Germany. Everything is bigger there,” he said. Van Summeren said joining Oaklins creates room to invest further in people and services. “Wealth management is a scalable business. Family office services are much less scalable. So we will also have to scale up with people.” Oaklins Netherlands and Andreas Capital together employ about 75 people. That number is expected to grow to more than 100 in the coming years. “This is not a quick win. We are in this for the long term,” De Hek said.  Why Luxembourg? Luxembourg is the only EU member state with a dedicated Family Office Act governing services provided to wealthy families. Its regulatory framework has helped establish de Grand Duchy as one of Europe’s leading centers for cross-border family wealth. The 2012 law created a distinct legal framework for multi-family offices, defining who may use the title “Family Office,” the licensing requirements and the supervisory regime. For internationally active entrepreneurial families, it provides a high degree of legal certainty. Independent multi-family offices must be licensed as a Professional of the Financial Sector (PFS) and are supervised by Luxembourg’s financial regulator, the Commission de Surveillance du Secteur Financier (CSSF). They are also subject to anti-money laundering rules, professional secrecy requirements and fee transparency obligations. The Netherlands has no comparable legal framework. Dutch multi-family offices are regulated only to the extent they conduct licensed activities such as portfolio management, investment advice or fund management, placing them under the supervision of the Dutch Authority for the Financial Markets (AFM). Switzerland follows a similar activity-based approach despite being one of the world’s largest private wealth centers. Monaco is the only other European jurisdiction with a dedicated legal framework for multi-family offices, although its regime differs from Luxembourg’s.